De castratie van de teef / poes / voedster

Redenen om uw (vrouwelijke) huisdier te laten castreren

  • Ongemak tijdens loopsheid en/of krolsheid
  • Schijndrachtigheid van uw huisdier
  • Ongewenste dekkingen
  • Het verminderen van het risico op melkkliertumoren
    • Het risico op deze tumoren wordt kleiner wanneer uw huisdier jong gecastreerd wordt
    • Bij katten zijn deze tumoren vaak kwaadaardig
    • Hoe vaker de hond/kat loops/krols is geweest, hoe groter het risico op melkkliertumoren
    • De prikpil of poezenpil vergroot de kans op melkkliertumoren
  • Het voorkomen van baarmoederontsteking bij de teef
    • Niet gesteriliseerde teven van middelbare leeftijd hebben een grote kans op baarmoederontsteking
    • Het verschil met het jong laten castreren van uw teef is dat we dan een ouder en ziek dier moeten opereren, wat een verhoogd narcose risico geeft. Een gecastreerde teef kan geen baarmoederontsteking meer krijgen.
  • Het verminderen van de kans op suikerziekte bij de teef
    • Wanneer de teef gecastreerd is geeft dit een kleiner risico op suikerziekte op oudere leeftijd. Dit komt doordat de geslachtshormonen die door de eierstokken geproduceerd worden een effect hebben op de bloedsuikerspiegel.


De operatie wordt geen sterilisatie, maar een castratie genoemd omdat de eierstokken (en eventueel de baarmoeder) van het dier verwijderd worden. Bij een sterilisatie zouden alleen de eileiders afgebonden worden, waardoor de teef/poes toch loops/krols kan worden.
Het dier wordt inwendig gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op; u hoeft dus niet terug te komen om deze te laten verwijderen. Ook wordt hiermee de kans kleiner dat het dier erg aan de wond gaat likken of bijten.

 

Nadelen van de castratie

 

  • Sommige honden, met name de grotere rassen, zijn gevoelig voor incontinentie. Het wegvallen van de geslachtshormonen na de castratie geeft na een tijdje een verminderde spierspanning op de blaashalskringspier, met incontinentie van urine tot gevolg. Deze vorm van incontinentie is met medicijnen goed te behandelen, maar deze behandeling is voor de rest van het leven. Gevoelige rassen zijn: de Boxer, Dobermann, Dwergpoedel, Bobtail, Weimaraner, Riesenschnauzer, Rottweiler, Bouvier en de Ierse Setter.
  • Sommige rassen kunnen een andere vachtstructuur krijgen. De vacht wordt dan wat wolliger en moeilijker te onderhouden. Voorbeelden van rassen waarbij dit voor kan komen zijn: Cocker Spaniels, Afghaanse Windhonden, Newfoundlanders, Ierse Setters en langharige Teckels.
  • Honden worden na de castratie wat makkelijker te dik. De hoeveelheid voeding (en beweging) dient dus aangepast te worden.